top of page

Overprikkeling

Overprikkeling na hersenletsel komt ontzettend vaak voor. Hersenletsel-uitleg. nl beschrijft zelfs dat dit bij 50 % voorkomt. Overprikkeling zien we bij alle soorten hersenletsel optreden en wordt vaak onderschat qua impact. Hier lees je alles over overprikkeling. Van wat het nu precies is en hoe je er mee om kunt gaan!

 

Wat is overprikkeling?

 

Bij overprikkeling zijn er meer prikkels dan het brein op dat moment kan verwerken. Dit gaat over externe prikkels (bv geluid, licht, geuren) maar ook interne prikkels (sensaties uit het lichaam, gedachten). Mensen met hersenletsel hebben een brein dat sneller overbelast wordt, er is minder capaciteit. Hierdoor kunnen zij minder prikkels verwerken en ontstaat er dus sneller overprikkeling dan bij een gezond brein.

 

De gevolgen van overprikkeling zijn vaak groot. Iemand kan slecht tegen geluid, drukte of bijvoorbeeld licht. Die overprikkeling kan klachten geven als hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid en nog veel meer. Hierdoor is overprikkeling vaak erg invaliderend; een bezoek aan de supermarkt of op visite gaan kan al snel te veel zijn. Dit leidt vaak tot

eenzaamheid en levende rouw. Door de buitenwereld wordt de impact van overprikkeling vaak onderschat.

​

Hoe werkt overprikkeling bij hersenletsel?

 

Het is belangrijk om hier te noemen dat we niet precies weten welke neurobiologische en psychologische processen hieraan ten grondslag liggen. Hierbij probeer ik een zo goed mogelijk overzicht van de actuele inzichten te geven.

 

Overprikkeling ontstaat niet door één enkel mechanisme. Het is het resultaat van meerdere neurobiologische veranderingen die elkaar versterken.

 

1. Verminderde verwerkingssnelheid en -capaciteit

Na hersenletsel werken neurale netwerken vaak trager en minder synchroon. Informatie komt wel binnen, maar kost meer tijd en energie om te verwerken. Taken die vroeger automatisch gingen, vragen nu bewuste aandacht.

​

2. Verhoogde energie-kosten per taak

Neuro imaging laat zien dat mensen met hersenletsel vaak meer hersengebieden moeten activeren om dezelfde taak uit te voeren als voorheen. Dat betekent: hogere metabole belasting bij dezelfde activiteit.

​

3. Ontregeling van aandacht systemen

Aandacht is geen enkel systeem, maar een netwerk (o.a. frontaal, pariëtaal, subcorticaal). Na letsel is de regulatie van aandacht vaak instabiel: schakelen tussen taken kost meer moeite, volhouden is moeilijker herstel na belasting duurt langer

 

4. Autonome ontregeling

Bij veel mensen met NAH is ook het autonome zenuwstelsel ontregeld. Prikkels leiden sneller tot een stressrespons (sympathische activatie), met minder efficiënt herstel (parasympathische activatie). Als er sprake is van sympathische activatie zijn de zintuigen scherper afgesteld en kan dit makkelijker overprikkeling geven. 

 

5. Angst voor overprikkeling
Bij aanhoudende klachten van overprikkeling kan er ook angst voor prikkels ontstaan. Door angst voor prikkels gaat men prikkels vermijden, de vermijding van prikkels leidt vervolgens tot een steeds grotere gevoeligheid voor prikkels. Dit fenomeen kennen we van aanhoudende pijn. 

Wat gebeurt er in je brein bij overprikkeling?

​

Hoewel we nog niet alles weten, wijzen huidige inzichten op een combinatie van:

  • inefficiënte samenwerking van de netwerken in het brein

  • verhoogde activatie van de hersenschors bij lage taakbelasting

  • verstoorde balans tussen exciterende (activerende) en inhiberende (remmende) processen

​

Belangrijk hierbij:

Overprikkeling betekent niet dat er “te veel prikkels binnenkomen”, maar dat het brein te weinig capaciteit heeft om ze adequaat te verwerken en te herstellen. Dat verschil is cruciaal — en brengt ons bij een hardnekkige metafoor.

​

Waarom “het filter is stuk” niet klopt:

De metafoor “het filter is stuk” wordt vaak gebruikt om overprikkeling uit te leggen. Hij is begrijpelijk, maar neurobiologisch onjuist.

​

Waarom deze metafoor vaak wordt gebruikt; 

  • hij is eenvoudig

  • hij suggereert een duidelijke oorzaak

  • hij maakt de klacht zichtbaar – het is mooi beeldend

 

Waarom hij niet klopt:

  1. Het brein heeft geen centraal prikkelfilter
    Prikkelverwerking is een proces waarbij meerdere netwerken betrokken zijn. Er bestaat niet een enkel mechanisme dat “aan of uit” staat.

  2. Prikkels komen niet méér binnen dan normaal
    Het probleem zit niet in de input, maar in de verwerking, integratie en energetische kosten.

  3. De metafoor suggereert onherstelbaar
    “Stuk” impliceert kapot en onherstelbaar. Terwijl adaptatie en verbetering vaak wél mogelijk zijn — zij het binnen bepaalde grenzen.

​

Een betere beschrijving zou zijn:

Het brein werkt minder efficiënt en raakt sneller energetisch overbelast.

Een metafoor die daarbij wel goed gebruikt kan worden is:

Je kunt je brein voorstellen als een ingewikkeld spoornetwerk. Op het moment dat er een aantal sporen beschadigd zijn, raakt de rest van het spoornetwerk sneller overbelast. Hoe meer treinen (prikkels, cognitieve taken) er dan zijn hoe sneller het spoornetwerk vol loopt en er file ontstaat. 

​

Waarom de term 'overprikkeling' ingewikkeld is

 

Tegenwoordig horen we iedereen wel eens over overprikkeling. Dit maakt het lastig om duidelijk te maken dat er een verschil is met de overprikkeling door hersenletsel.

 

Om dit verschil duidelijk te maken wordt er ook wel gesproken van hersenletsel gerelateerd ziektebeeld zintuigelijke over prikkeling. De definitie hiervan is:

 

“ als iemand een heftige fysieke reactie krijgt op – of langdurig ziek wordt van -gewone zintuigelijke prikkels” 

 

Dit is dus anders dan het hinder hebben van prikkels of gevoeliger zijn voor prikkels. 

Hiervoor is ook een speciaal diagnosticum ontwikkelt te vinden op https://www.overprikkeling.com/diagnosticum . Dit diagnosticum kan helpen om overprikkeling bij hersenletsel zichtbaar en meer objectiveerbaar te maken. 

Don’ts als je last hebt van overprikkeling bij hersenletsel
 

  1. Te ver doorslaan in prikkelvermijding
    Rust is noodzakelijk, maar structurele onderbelasting leidt tot verdere afname van belastbaarheid. Het brein past zich aan wat je wél doet — niet aan wat je vermijdt. Ook kan de angst voor prikkels toenemen. Als je de prikkels dan wel weer aangaat zal de heftigheid van de reactie op prikkels waarschijnlijk toenemen. 
     

  2. Steeds overbelasten
    Door steeds over je grens heen te gaan ontstaat er een optelsom; neurofatigue, cognitieve overbelasting en overprikkeling. Je stress systeem gaat meer aanstaan. Ook hierbij is de kans groot dat je langzamerhand meer last krijgt van overprikkeling.
     

  3. Alles verklaren vanuit prikkels
    Overprikkeling is vaak een optel som van cognitieve belasting + emotionele spanning + lichamelijke inspanning + stress en verwachtingen. Alleen focussen op externe prikkels mist de kern. Dit maakt ook dat je er geen grip op kunt krijgen. 
     

  4. Overprikkeling bagatelliseren
    Zinnen als “iedereen is wel eens moe” of “dit hoort erbij” doen geen recht aan de neurobiologische realiteit van NAH.

 

Do’s bij overprikkeling door hersenletsel

​

Er bestaat geen universele oplossing voor overprikkeling. Elke situatie is anders.

​

  1. Ga prikkels gedoseerd aan in plaats van vermijden
    Geleidelijke, gedoseerde activatie met voldoende hersteltijd is effectiever dan vermijden of forceren.
     

  2. Gebruik echte rust om te ONTprikkelen
    Herstelmomenten moeten daadwerkelijk parasympathische activatie bevorderen. Niet elke vorm van “rust” doet dat. Wil je hier meer over weten; lees dan vooral verder onder het kopje “ONTprikkelen” 
     

  3. Context doet ertoe
    Dezelfde prikkel kan op de ene dag draaglijk zijn en op een andere dag niet. Dat is heel normaal; de ene dag heb je meer energie, kun je meer aan dan de andere dag. 
     

  4. Leer over overprikkeling
    Hoe meer jij begrijpt over wat overprikkeling is hoe beter je er mee om kunt gaan. Ook geeft begrip vaak een verlaging van stress en via die route ook minder klachten. 
     

  5. Gebruik een nieuwsgierige bril
    Elke keer als je een situatie aangaat ga je dit met nieuwsgierigheid aan. Dus niet “ het zal wel veel te veel zijn”, maar “ ik ben benieuwd hoe mijn brein dit keer gaat reageren!” 
     

  6. Trainen? 
    In sommige gevallen is overprikkeling te verbeteren met trainen. Zoals gedaan wordt bij NeuroRC of CognitiveFX. Recent Nederlands onderzoek laat zien dat exposure therapie bij overprikkeling na een hersenschudding met angst voor prikkels vaak goed werkt. Bij NeuroRC en CognitiveFX worden er ook goede resultaten gezien bij andere vormen van hersenletsel zoals na een herseninfarct, bloeding of ontsteking. Hoe dit precies werkt is onduidelijk. Gaat het om neuroplasticiteit, neuro vasculaire koppeling of exposure? Wil je eventueel zelf kijken wat jij kunt trainen? Lees dan Hier verder. 

Duinen en zee
bottom of page